Geen producten (0)

27 oktober – 2 november: Week van de Vogels!

27 oktober – 2 november: Week van de Vogels!

De vogels vertoonden dit jaar al heel vroeg trekgedrag. Wat dat betekent durven wij niet te voorspellen. Een strenge winter in aantocht? Feit is dat de hele natuur in Noordwest-Europa weken vooruitloopt op de normale gang van zaken. De herfst is extreem vroeg begonnen. Er is wel degelijk iets aan het veranderen in de natuur en het klimaat. Zwaardere regenbuien en heviger stormen. Pas over een langere periode gezien zullen we echt weten wat er aan de hand is. Maar de vogels reageren er nu al op. Zorg voor de vogels die in uw tuin komen en geniet van ze. Er zullen erbij zijn die uit het hoge noorden naar u toe komen. Leg maar vast een vogelherkenningsboekje klaar. Vogels zijn fantastisch.

VOGELS ZIJN NET ZOALS ZOOGDIEREN WARMBLOEDIG

Ze kunnen hun eigen lichaamstemperatuur regelen. Ze zijn – net zoals wij – minder afhankelijk van de temperatuur in hun omgeving. Ook om die reden – er zijn daarvoor meer aanwijzingen – wordt aangenomen dat vogels afstammen van de (dino)sauriërs die 65 miljoen jaar geleden grotendeels uitstierven tijdens een catastrofe die de aarde trof.
 

KRAAIEN EN DUIVEN KUNNEN TELLEN

In ieder geval tot drie, soms zelfs tot vijf. Ze herkennen groepjes van een bepaald aantal. Wetenschappers kwamen daar onder andere achter door het aantal eieren in het nest te variëren. Mensen nemen aantallen niet veel beter waar. Groepjes van vijf zien we nog ineens. Daarboven moeten we al snel even het aantal stuks tellen.
 

HANEN HELPEN HENNEN NAAR VOEDSEL TE ZOEKEN

Als ze voedsel vinden, pakken ze er wat van op en laten dat op de grond vallen. Vervolgens gaan ze dan hevig staan ‘klokken’ om de hennen op het voedsel te wijzen. Hennen doen hetzelfde bij hun kuikens. Heel sociaal.
 

DE SNELSTE VOGELS TER WERELD

Soms wordt beweerd dat slechtvalken de snelste vogels, zelfs de snelste dieren ter wereld zijn. Bij die vogels zijn tijdens duikvluchten inderdaad snelheden van ongeveer 140 km per uur gemeten. Maar er is een vogelsoort die nog sneller is: de stekelstaartgierzwaluw (Hirundapus caudacutus) haalt snelheden van ruim 170 km per uur (Guinness Book of World Records). Deze gierzwaluw broedt in Siberië en Japan en overwintert in Australië. In Nederland broedt alleen de gewone gierzwaluw (Apus apus) die ‘maar’ 110 km/u haalt (net zo snel als een sprintende jachtluipaard). Gierzwaluwen kunnen tijdens de vlucht slapen en zelfs paren!
 

TREKVOGELS

In de herfst worden veel vogels onrustig. Ze willen weg. Ook als de omstandigheden (kunstmatig) hetzelfde worden gehouden. Dat is uitgebreid onderzocht. Niemand weet nog precies wat dat trekinstinct activeert. Het heeft iets met een biologische klok te maken, want sommige soorten vertrekken ieder jaar massaal op ongeveer hetzelfde tijdstip, ongeacht de omstandigheden. Ze bereiden zich op hun lange, jaarlijkse tocht voor door veel te eten en daaruit heel veel vet in hun lichamen op te slaan. Soms hebben vogels bij vertrek anderhalf maal hun normale gewicht! Veel vogels vliegen op trek vooral ’s nachts. Ze houden dan vaak contact door elkaar te roepen. Je hoort ze dan duidelijk overkomen. Overdag landen ze meestal (als dat kan) en proberen het energieverlies bij te eten. Zeker als ze lange stukken over zee moeten vliegen is veel energie keihard nodig. Uit Europa vliegen de meeste vogels vooral via Gibraltar (Zuid-Spanje) en de Bosporus (Turkije) naar Afrika. Op die plekken kan het soms ‘zwart zien ‘ van de vogels. Als ze die nauwe oversteekpunten zijn gepasseerd, waaieren hun vluchtroutes weer uit. In de lente vliegen ze weer terug om in Europa te gaan broeden. Gek genoeg zijn het vooral kleinere vogelsoorten die wel grotere stukken boven zee vliegen, bijvoorbeeld van Libië naar Italië en andersom. De meeste trekvogels vliegen in groepen van dezelfde soort.
 

HOE TREKVOGELS ZICH ORIËNTEREN

Daar wordt nog lang niet alles van begrepen. Overdag oriënteren trekvogels zich in ieder geval ook op de zon en ’s nachts op de sterrenhemel. De melkweg lijkt daarbij belangrijk te zijn. Ook worden kunstlijnen, rivierdalen, bergketens en dergelijke gevolgd. Vogels hebben een enorm goed geheugen voor dat soort zaken en weten precies op de plek terug te komen waar ze al eerder zijn geweest of uit hun ei werden ‘geboren’. Maar bij sommige vogelsoorten zijn er aanwijzingen dat ze over meer oriëntatiemogelijkheden beschikken dan wij: ze kunnen zich ook op het magnetisch veld van de aarde richten, zelfs op gepolariseerd licht en infrarode straling. Ook de barometrische druk schijnt een rol te kunnen spelen. Als het weer plotseling verandert, kunnen trekvogels daardoor in verwarring en uit de koers raken. We weten er nog lang niet het fijne van!
 

DE VERST TREKKENDE TREKVOGEL

Dat is absoluut de Noordse stern (Sterna paradisaea) die als zomergast ook langs de Nederlandse kust opduikt, vaak samen met visdieven (Sterna hirundo). De Noordse stern vliegt twee keer per jaar van poolgebied naar poolgebied – een afstand van zeker 32.000 km. Deze vogels met hun felrode snavels broeden in Canada, Groenland, de Britse Eilanden en het noorden van Europa tot Siberië en zijn in onze winter in de buurt van Antarctica te vinden. Daar kwam men achter door sommige exemplaren te ringen. Het werd eerder niet geloofd. Ze maken dus tweemaal per jaar een poolzomer zonder nacht door. Daarom wordt wel gezegd dat Noordse sternen het meeste daglicht van alle dieren ter wereld krijgen. Ze kunnen onafgebroken vis blijven vangen, want ’s nachts gaat het licht niet uit.
 

ZANGLIJSTERS EN AAMBEELDSTENEN 

De Europese zanglijster (Turdus philomelos) eet graag huisjesslakken. Deze vogelsoort kent een slimme methode om de zachte slakkenlijven uit hun huisjes te krijgen. De vogel kiest dan een steen waar hij de gevonden slakken naartoe brengt. Hij slaat het huisje tegen die steen kapot. Steeds tegen dezelfde steen. Daar zijn dan een heleboel huisjesresten bij vinden. Sommige meeuwen laten ook schaaldieren op rotsen vallen om de schelpen te breken.
 

EEN VOGEL ADEMT VEEL EFFICIËNTER DAN WIJ

Als een vogel inademt gaat een deel van de lucht naar de longen, maar een groter deel nog verder naar een buizensysteem met luchtzakken dat overal in het vogellichaam zit (ook in de holle vogelbeenderen). Zo’n extra systeem hebben wij niet. Een groot voordeel ervan is dat de lucht daarin veel zuurstof bewaart die bij het uitademen de zogenaamde parabronchiën (luchtbuisjes; die hebben mensen ook niet) van de vogellongen passeert. Het vogellichaam krijgt daardoor zowel bij het in- als bij het uitademen zuurstof. Heel efficiënt. Daardoor worden vogels veel minder gauw moe dan wij en kunnen ze enorme einden vliegen. Tijdens het vliegen helpen de vliegspieren bij het ademen doordat ze de vogelborstkas laten uitzetten en weer inkrimpen. Doordat haalt een vliegende vogel even snel adem als hij zijn vleugels beweegt.
 

VLEUGELVORMEN VERTELLEN VEEL OVER VOGELS

Er zijn loopvogels (struisvogels, emoes, kasuarissen, kiwi’s enz.) met korte vleugelstompjes die niet meer kunnen vliegen. Die moeten het bij gevaar hebben van hun loopvermogen en houden zich tijdens het rennen met hun vleugels in balans. Zogenaamde grondvogels (fazanten, patrijzen enz.) hebben korte, brede vleugels waarmee ze heel snel bijna loodrecht kunnen opstijgen en korte vluchten kunnen maken om aan een belager te ontkomen. Grote landvogel s die hoog in de lucht zweven (adelaars bijv.) hebben grote, brede vleugels die door de kleinere vogels en andere dieren (hun prooi) heel goed wordt herkend. Heel snelle vliegers, zoals zwaluwen en gierzwaluwen, hebben lange, smalle puntige vleugels. Snelle, wendbare jagers, zoals haviken, sperwers en wouwen, hebben matig brede vleugels met wijd uitstaande slagpennen aan de uiteinden, waardoor ze heel snel kunnen wenden. Het is heel leuk om zelf nog meer verbanden tussen het gedrag en de vleugelvorm van vogels vast te stellen.
 

HET VOGELSKELET IS HEEL BIJZONDER

De meeste vogels hebben holle beenderen. Er zit geen merg in, zoals bij ons. Dat scheelt enorm in het gewicht. Die botten hebben wel een binnenversterking met zogenaamde kruisribben of botstijlen. Een vogelskelet is vrij stijf. Veel beenderen zijn met elkaar vergroeid, ook de ruggengraat. De ribbenkast zit zo sterk in elkaar dat dit de trekkracht van de zware neergaande vleugelspieren kan hebben. De spieren die de vleugel weer omhoog trekken, zijn veel lichter uitgevoerd. Om de stijfheid van hun lijf te compenseren, hebben vogels wel uiterst beweegbare nekken.
 

VEREN ZIJN UNIEK

De veren van vogels vertonen een fantastische constructie. Vooral bij de vleugelpennen en staartpennen is dat heel duidelijk. Iedere vleugelveer heeft in het midden een schacht. Daaruit steken naar weerskanten fijne, stijf-elastische vezels (de baarden) uit. Die baarden grijpen met haakjes in elkaar. Zo vormen ze samen een sterk vlak. Als de baardvezels in de war raken, hoeft de vogel er alleen maar met zijn (of haar) snavel doorheen te strijken om alles weer prima en glad in elkaar te laten haken. Vogels hebben ook donsveertjes als onderlaag. Daarbij ontbreken die haakjes. Donsveertjes zijn er alleen voor de isolatie. Reigers hebben aan hun hals en poten donsveertjes die de vogel als een soort poeder over zijn lijf kan verdelen. Met een kammetje aan hun middelste tenen vegen ze dat poeder als een soort zeep over hun veren en poten heen. Ze maken zich er echt mee schoon. Bij de meeste vogel zijn de zogenaamde contourveren (de veren die het vogellichaam bedekken) in groepen (de zogenaamde veervelden) in de huid ingeplant. Ze zijn dus niet gelijkmatig over het vogellichaam verdeeld. Vogels kunnen hun veren bewegen, zoals wij de haren op ons lichaam bewegen als we kippenvel (!) hebben.
 
Tip
Span een net over de vijver om reigerbezoek tegen te gaan en uw vissen te redden als de vijver nog niet is dichtgevroren.
 

VOGELRUI

Zoals bij ons oude haren uitvallen en nieuwe verschijnen, vallen ook vogelveren regelmatig uit. Ze worden dan vervangen door nieuwe veren die vanuit de huid groeien. Bij de meeste vogels valt er zo nu en dan een veer uit, zodat ze altijd kunnen blijven vliegen, maar er zijn soorten – eenden bijvoorbeeld – waarbij alle slagpennen ongeveer tegelijk uitvallen. Die vogels kunnen dan niet vliegen. In zo’n ruiperiode zie je dan ook dat de vogels heel voorzichtig zijn en vooral beschutte plekken opzoeken. De rui valt altijd in een periode waarin de vogels niet broeden of andere activiteiten hebben die veel energie vragen. Trekvogels die grote afstanden afleggen, ruien twee keer per jaar: in voor- en najaar. Ook vogels uit een omgeving waarin de veren sterk te lijden hebben, bijv. vogels die veel in doornstruiken leven, ruien twee keer per jaar. De meeste andere vogel s één keer, vooral in het najaar (maar de hierboven genoemde rui van eenden valt in het voorjaar). Tegen de broedtijd ontwikkelen sommige vogelsoorten een heel mooi en vaak opvallend ‘bruiloftskleed’ (bij de mannetjes) dat later via rui weer verdwijnt. Bij spreeuwen bijvoorbeeld is dat duidelijk te zien. Ook is er vaak verschil tussen het zomerkleed en het winterkleed.
 

ETEN EN DRINKEN TIJDENS DE VLUCHT

Zwaluwen, zoals boerenzwaluwen, vangen insecten en eten tijdens de vlucht. Veel minder bekend is dat ze ook vliegend drinken. Ze scheppen dan in de vlucht met wijdopen snavel water uit sloten, plassen enz. Op de grond komen ze eigenlijk alleen maar om modder voor hun nesten te verzamelen. Meestal zijn het de zwaluwmannetjes die de modder verzamelen en bouwen de vrouwtjes de nesten.
 
Tip
Zorg dat uw vogelvoertafel (of -huisje) voor de winter in de tuin staat. Uiteraard met wat voer. De vogels weten dan al snel waar ze terecht kunnen als het echt koud wordt. Zorg dat het oppervlak van de voertafel niet kleiner is dan ongeveer 50 x 40 cm en zorg dat de tafel stevig staat. Zo nodig goed (storm)vastzetten. 
 

VOGELS IN DE TUIN: GEWELDIG, MAAR OOK NUTTIG

Hoe ruiger en beter begroeid een tuin is, des te meer vogels er zullen verschijnen. Vooral gevarieerde begroeiing is heel belangrijk. Ze komen af op alle plekken waar ze voedsel, bescherming en nest- en 
slaapgelegenheid vinden. Ook zorgen ze dat insectenplagen binnen redelijke grenzen blijven. En wie geniet er nu niet van hun zang en bedrijvigheid. Goede vogelvriendelijke, besdragende heesters (en kleine bomen) voor een tuin zijn o.a. zuurbessoorten (Berberis), dwergmispel (Cotoneaster), liguster (Ligustrum), appel en sierappel (Malus), vuurdoorn (Pyracantha) en bottelrozen (Rosa). 
 

EEN VOGELBOSJE MAKEN

Wie een goed vogelbosje wil maken, waar vogels graag in zullen schuilen en nestelen, kan een keuze maken uit de hierna genoemde boom- en heestersoorten. Een paar vierkante meter tuin is al voldoende. Een vogelbosje moet een dichte, ondoordringbare begroeiing vormen. Door veel te snoeien krijgt u een dichte vertakking. Succes gegarandeerd en u kunt de hieronder genoemde soorten nu planten! Kies een zonnige plek. Zeer geschikt zijn o.a. els (Alnus), eik (Quercus), krentenboompjes (Amelanchier), kornoeljes (Cornus), meijdoorns (Crataegus), duindoorn (Hippophae), besdragende hulst (Ilex), sleedoorn (Prunus spinosa), wegendoorn (Rhamnus), bottelrozen (Rosa), braam (Rubus), vlier (Sambucus), sneeuwbal (Viburnum), lork (Larix), sparren (Picea), venijnboom (Taxus). En doornige haag rond het bosje weert katten.
 
Tip
Hagen blijven beter gesloten als u ze naar onderen toe wat schuin snoeit. Fijn voor vogels om in te schuilen en te broeden.
 
Tip
Vooral meidoorns (Crataegus) en bottelrozen (Rosa rugosa) zijn echte vogelstruiken omdat ze veel doorns en vruchten dragen. Maar pas meidoorns niet vlak bij boomgaarden toe in verband met bacterievuur.
 
Tip
Wanneer u voldoende tuinruimte heeft en afgestorven stengels van frambozen en bramen niet wegsnoeit, ontstaat ook een fantastische nestelomgeving voor vogels.
 
Tip
Ook dichtvertakte, groenblijvende heesters en coniferen zijn vooral ’s winters heel belangrijk voor vogels.
 
Tip
Zangvogels zoals merels, vinken, winterkoninkjes en mezen broeden ook graag in dicht bebladerde klimplanten zoals klimop (Hedera).
 
Tip
Een beetje suiker in de vogeldrinkbak voorkomt dat het water snel bevriest en is ook voedzaam voor de vogels.
 
Tip
De vruchten van Cotoneaster zijn voor vogels pas eetbaar als de vorst er overheen is gegaan, dus juist als de vogels ze het hardst nodig hebben.
 

MUSSEN ZIJN MENSENVOLGERS

Ze komen vooral voor waar mensen wonen. In het verre verleden zijn de mussen met onze landbouwende voorouders mee naar Europa gekomen (vanuit het Nabije Oosten en Noord-Afrika). Ze vonden voedsel op de akkers en bij de graanschuren. Onder de daken van hutten, huizen en schuren was nestgelegenheid genoeg. Ze eten niet alleen granen en andere zaden, maar ook wormen, insecten, spinnetjes en vruchten. Toen de Europeanen naar Amerika emigreerden, kwamen de mussen mee. Dat was omstreeks 1850. Nog geen halve eeuw later had de mus zich over heel Noord-Amerika verspreid.
 
Tip
Geef vogels nooit voer waar zout in zit. Zout is vergif voor vogels! Dus liever geen kaaskorsten, zwoerd van gerookt spek enz.
 

VOER VOOR VOGELS

Veel vogels vragen vooral zaad in allerlei soorten. Maak de voerplek niet te groot of maak verschillende voerplekken met verschillende soorten voer. Anders zult u zien dat veel vogels nauwelijks aan eten toekomen, zo druk zijn ze met het wegjagen van gevleugelde mededingers. De vogelvoerleveranciers doen er veel aan om hun voer zo gezond en gevarieerd mogelijk te maken. Er moeten voldoende vetten, oliën, koolhydraten, mineralen en als het kan ook extra vitaminen in zitten. Aan vitaminen ontbreekt het het meest. Leg daarom ook regelmatig stukjes appel (ook klokhuizen en schillen) op de voerplek, maar ververs die als ze na een week nog niet helemaal zijn opgepeuzeld. Vogels eten geen oud of rottend voer. Bij het zaadvoer kunt u kiezen uit zaden waar de ‘huidjes’ nog omheen zitten en soorten die al zijn ‘geschoond’ (de schilletjes zijn er al af). Het laatste geeft veel minder geknoei en afval. Per gewicht hebben de vogels er ook meer voer aan. Voor roodborstjes e.d. zijn er ook soorten voer waar behalve stukjes fruit ook gedroogde insectenlarven in zitten. Er zijn tijdens de ‘Week van de Vogels’ speciale bakjes roodborstjesvoer te koop. De gemengde zaadvoersoorten worden vooral gegeten door (grond)vogels zoals mussen, merels, duiven, groenlingen, vinken, maar ook door roodborstjes. Pindacakes, vetbollen, voerkransen, pindaslingers en vogelpindakaas (zonder zout! en met pothouders) zijn ook prima. Heel handig zijn 
kleine voersilo’s . Daarbij wordt minder geknoeid dan bij een voertafel.
 

ZAADSOORTEN, SPECIAAL VOOR VOGELS

Zonnebloempitten zijn rijk aan olie en bevatten veel mineralen. Saffloorpitjes (cardy) lijken er sterk op en hebben ongeveer dezelfde voedingswaarde.
Nigerzaad bevat veel calcium en fosfor.
Hennepzaad bevat veel eiwit.
Koolzaad en raapzaad (het laatste smaakt zoeter) zijn zeer eiwit- en vetrijk. Dat laatste geldt ook voor blauwmaanzaad.
Ook kanariezaad (ook wel platzaad of witzaad genoemd) is zeer gezond en wordt veel in de mengsels verwerkt.
Lijnzaad is vooral goed voor gezonde vogelveren vanwege de Omega-3-vetzuren die erin zitten. 
 
Tip
Bescherm de vogels. Word lid van Vogelbescherming Nederland!

0 Reacties

Er is nog niet gereageerd

Reageer

Annuleren

Wij maken gebruik van cookies om onze website te verbeteren, om het verkeer op de website te analyseren, om de website naar behoren te laten werken en voor de koppeling met social media. Door op Ja te klikken, geef je toestemming voor het plaatsen van alle cookies zoals omschreven in onze privacy- en cookieverklaring.